Het begint allemaal bij de zaadproducent.
In Nederland zit wel het bekendste bedrijf dat in zaden doet Nunhems.
Nadat het zwarte aspergezaad een zware selectie heeft doorstaan en is goedgekeurd door diverse instanties wordt dit zaad door enkele plantenkwekers in Nederland en ver daarbuiten uitgezaaid op bedjes van ongeveer 1,50 meter.
Na een volledig groeiseizoen op deze bedjes doorgebracht te hebben, zijn ’t na 1 jaar goede en sterke planten die door vele aspergetelers worden gekocht op gewicht per plant en in verschillende rassen.
Nadat door de aspergeteler de percelen grond op orde zijn gebracht dit houdt in dat er voldoende en vooral goede voedingsstoffen aanwezig zijn voor de aspergeplant. Nadat dit is gebeurt kan er gepoot worden.

De planten worden in rijen gepoot de zogenaamde “bedden” deze bedden staan 1,75 meter uit elkaar en de planten staan 25 cm in de rij uit elkaar.

In het jaar dat er gepoot wordt kan er niet geoogst worden, daarvoor is de plant nog te zwak. In dit plantjaar moet de plant “ aansterken”.

Vanaf 24 juni tot aan de winter heeft de moederplant rust nodig om te herstellen van het oogstseizoen, en weer nieuwe “ogen” te vormen voor het volgende jaar.
In de herfst sterft het loof af en wordt verwijderd of ingefreesd . Daarna blijft het aspergeveld op wintervoor liggen en komt de plant in rust.
Als de lente zich weer aandient word de plant “wakker” en herhaalt de cyclus zich weer. Na ongeveer 10 a 12 jaar raakt de aspergeplant uitgeput en is het het beste om weer een nieuw veld aan te leggen op verse aarde.
Na ongeveer 60 jaar kan met het perceel weer gebruiken voor het aanleggen van nieuwe asperges.

In het 2de jaar na het planten wordt meestel geoogst vanaf half april tot ongeveer 12 mei. Waarom is dit? In de week van 12, 13 en 14 mei worden

de ijsheiligen genoemd, dit houdt in dat dit de datum is dat er voor het laatste nog vorst wordt voorspeld en verwacht. Een asperge kan namelijk

helemaal geen vorst verdragen. Na deze datum kan de moederplant weer herstellen en nieuwe ogen ook wel knoppen genaamd, op de plant vormen voor

het volgende jaar.
In het 3de jaar mag men het perceel een half seizoen steken dit is ongeveer tot begin juni. Daarna krijgt de plant weer rust om weer aan te sterken.
Vanaf het 4de jaar is de plant zo sterk de er voor het eerst het hele seizoen van gestoken kan worden. Een volledig seizoen duurt vanaf ongeveer half april dat de eerste zonnestralen de aarde opwarmen tot en met 24 juni, de langste dag van het jaar. In het katholieke zuiden ook wel de St. Jan genaamd.